Conferentiecontact Calvijn

De schrijver van deze brief is Paulus. Hij heeft vele brieven geschreven, zelfs meer dan we in het Nieuwe Testament lezen. Het valt op dat de brieven die Paulus schrijft, vooral aan gemeenten geschreven zijn. Zijn zorg voor de kerken die ontstaan zijn door de verkondiging van het evangelie is groot. Het is niet zo dat als Paulus ergens als verkondiger van het evangelie gewerkt heeft, weer verder trekt en die gemeente dan uit zijn gedachten is. Nee, hij draagt de gemeenten op zijn hart. Hij voelt zich als apostel bij deze gemeenten betrokken. Hij voelt zich voor hen verantwoordelijk. Daarom blijft hij deze gemeenten volgen. Hij informeert naar wat er speelt en gebeurt. Hij wijst ze dan in de brieven die hij schrijft de weg. De weg van Christus. Om juist samen achter Christus aan te blijven staan. De Heilige Geest gebruikt deze apostel zo als gezondene. Om zo het spoor van de Geest voor de kerken toen, maar ook in de 21e eeuw te wijzen.
Toch schrijft Paulus niet alleen brieven aan kerken. We vinden in de Bijbel ook 4 brieven van hem aan afzonderlijke personen. Dat zijn de brieven aan Filemon, Timothëus en Titus.

Wie was Titus ?
Zijn voornaam verraadt al een beetje wie hij was. Titus is namelijk een Romeinse naam. Zo leefde er in de tijd van Paulus een Romeinse keizer die Titus heette. Titus was geen Jood maar een Griek, waarschijnlijk afkomstig uit de stad Antiochië. Titus was dus een heiden. We lezen nergens hoe hij God leerde dienen. Paulus is in Antiochië geweest. Het zou zo maar kunnen dat Titus onder één van zijn preken tot bekering is gekomen.

Wat weten we van Titus ?
Eigenlijk niet zo veel. Zijn naam komt in de brieven van Paulus voor. We lezen niet over hem in het boek Handelingen. Toch is er tussen Paulus en hem sprake van een bijzondere band. Hij wordt, net als Timothëus, door Paulus “mijn kind” genoemd. Paulus is hun geestelijke vader.

Titus is al vroeg een medewerker van Paulus. Hij wordt door Paulus meegenomen naar de vergadering in Jeruzalem waarover we lezen in Handelingen 15. In Antiochië kwamen leerlingen uit Judea die betoogden : “Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas en enkele anderen naar Jeruzalem zouden gaan, om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en oudsten.
We lezen in Galaten 2 :1-10 dat Paulus ook Titus meenam naar de vergadering in Jeruzalem. Ook de afloop is bekend, het was niet nodig om heidenen die tot geloof waren gekomen, te laten besnijden. In Galaten 2 : 3 schrijft Paulus: “Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is”.

Titus is een medewerker van Paulus, die door Paulus op verschillende plaatsen wordt gebruikt. Eén van de plaatsen waar hij namens Paulus naar toe is gestuurd is Korinthe. Je leest er over in 2 Kor. 7: 2-16. Titus speelt een belangrijke rol in de verhouding tussen Paulus en de gemeente van Korinthe. Deze verhouding staat door de hoogmoed van de gemeente meerdere keren onder spanning. Het bezoek van Titus heeft er toe geleid dat er weer verzoening is gekomen, iets waar Paulus blij mee is. Hij is er door getroost.
In 2 Kor. 8 : 16 – 9 : 5 lezen we dat Paulus Titus met anderen naar Korinthe stuurt om een collecte te houden voor de gemeente van Jeruzalem. In 2 Kor. 12 : 14-18 bezoekt Titus voor de derde keer Korinthe.

Brief aan Titus.
In de brief aan Titus kun je lezen dat Paulus Titus op Kreta heeft achtergelaten. Daar moet hij een aantal zaken regelen in de christelijke gemeente. Direct na het begin van de brief hoor je wat Titus op Kreta moet doen. In Titus 1 : 5-11 lezen we dat Titus bekwame opzieners moet aanstellen met het oog op de
jonge gemeenten van Kreta. Zij hadden het niet gemakkelijk. Er was goede geestelijke leiding nodig, van mensen die thuis waren in Gods Woord en de Heere oprecht dienden. Ze moesten allerlei verkeerde invloeden op de gemeenten weren. Paulus is daar bezorgd over. Er zijn mensen die van geen gezag willen weten (vers 10 en 11).

Het tweede hoofdstuk van de brief aan Titus begint met praktische aanwijzingen aan de gemeente. Titus krijgt te horen wat hij verschillende groepen (vrouwen, mannen, slaven) in de gemeente moet leren. De gezonde leer moet uitkomen in de levenspraktijk van ouderen, zowel mannen als vrouwen. Ook jongeren worden terecht gewezen. Paulus doelt hier op christelijk leven. Leer en leven horen bij elkaar. Zuiver spreken over God moet samengaan met dankbaar leven voor God. (2 : 12)
Ook in het derde hoofdstuk wordt gesproken het goede te doen, en geen kwaadsprekerij over anderen. (3 : 1-2) In vers 8 schrijft Paulus : “Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen, zich er op toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.”
Tegen het einde van de brief laat Paulus weten dat Titus naar Nikopolis moet komen, zodra Artemas of Tychikus op Kreta zijn aangekomen. Paulus sluit zijn brief af met de bekende bede: “De genade zij met u allen”.